Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boden naar de dorpen vooruitzendende om voedsel op te doen en zijn komst aan te kondigen. Onder weg werden er nog vier olifantstanden medegenomen, aan Sekelétoe toebehoorend: deze zouden voor hem aan de Portugeezen verhandeld worden, als Loanda bereikt was. De zendeling was vol bewondering over de schoone streek die hij doorreisde, en in zijn Zendingsreizen vindt hij geen woorden genoeg om uitdrukking aan die bewondering te geven. Overal werd hij door de bevolking der Barotsi-stammen vriendelijk ontvangen, en het was aardig hoe zij uit de dorpen allerlei voedingsmiddelen aanbrachten, zonder de geschenken grooter te doen voorkomen dan zij waren. Als er een os werd gegeven, dan zeide b. v. de eigenaar: „Hier is een klein stukje brood voor u." Dit trof den zendeling des te meer, omdat hij onder de Betsjoeanen aan het tegenovergestelde gewend was geweest. Werd hem daar een armzalige geit ten geschenke gegeven, dan was het dikwijls onder den pralenden uitroep: „Kijk eens, wat een os!" Aan de vrouwen moest hij echter dikwijls verzoeken niet zoo uitbundig in hun jubelgroeten te zijn en haar „groote heer"- en „groote leeuw"-geroep wat te matigen; tóch had hij erg veel schik in de goede wenschen van de arine schepsels voor het welslagen van zijn tocht. Te N al ié le aangekomen, kreeg hij een nieuwen aanval van koorts in een tijd van zware regens en vochtige koude. Doch daar dit in het vervolg der reis ieder oogenblik plaats vond, belooft hij, er verder maar zoo

Sluiten