Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man, een os, een olifantstand, kralen, koperen ringen of iets dergelijks. Toen zulk een hoofd, Katende genaamd, dien eisch begon te doen, stoorden zij er zich niet aan en trokken zij verder, overtuigd dat zij op stuk van zaken met een laffe bevolking te doen hadden, die van de ongelegenheid waarin zij verkeerden, misbruik maakte. Toch wilde Livingstone wat doen, om vrienden te blijven: hij koos een van zijn slechtste hemden uit en zond dat naar Katende, die het gaarne aannam en nu tegen den volgenden dag voedsel en gidsen beloofde. Het voedsel beteekende al heel weinig voor zulk een groot reisgezelschap: wat meel, wat maniocca en één vogel. De gidsen trachtten hen op een dwaalspoor te brengen doch, toen Livingstone besloot liever maar zijn eigen weg te kiezen, werden sommigen onder zijn mannen bevreesd dat men dan voor goed aan het dwalen zou geraken, en één hunner bracht de gidsen tot hun plicht door vrijwillig een kleedingstuk aan hen af te staan. Onder het vreugdegeroep van Averié, Averié — waarschijnlijk verbasterd uit Ave Maria, een begroetingsformule, van de inlandsche Portugeezen overgenomen — wezen zij nu den goeden weg.

Thans kwam men in het gebied der Sjibokwé. Hier was overvloed van voedsel, doch de bevolking wilde er geen afstand van doen dan tegen betaling van katoen; en dat was, zooals wij weten, niet voorradig. Kralen waren hier al heel weinig in tel. Toen Livingstone met de zijnen het dorp van Njambi, een der hoofden van de Sjibokwé, bereikt had,

Sluiten