Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dacht hij hier een rustigen Zondag door te brengen en, daar er zoo wat niets meer te eten was, gaf de zendeling na den dienst bevel een zeer afgematten rij-os te slachten. Een stuk van den romp en wat ribstukken werden aan Njambi gezonden, om met hem in een goede verstandhouding te komen. Den volgenden dag kwam van dezen een onbeschaamde boodschap met, als tegengeschenk, een zeer kleine hoeveelheid meel. Hij liet zeggen dat hij het vleesch versmaadde — zonder het echter terug te geven — en dat hij eischte een man, een os, een geweer, kruit, kleeding of een zeekatje. Zoo dit geweigerd werd, zou hij het verder doortrekken beletten. Livingstone liet antwoorden dat zij er niet aan zouden denken z ij n klein geschenk te versmaden, doch dat, al hadden zij de opgesomde voorwerpen ook voor het geven, een zwarte geen schatting mocht opleggen aan een gezelschap dat niet aan slavenhandel deed. Het antwoord kwam terug, dat men altijd gewend was van de Mam bar i — inlandsche slavenhandelaars — zulk een schatting te ontvangen.

„Wij hoorden een der boodschappende Sjibokwé opmerken: „Zij hebben inaar vijf geweren," en tegen den middag verzamelde Njambi zijn volk en omringde hij ons kamp. Blijkbaar lag het in hun bedoeling ons geheel uit te plunderen. Mijn mannen grepen naar hun werpspietsen en stonden gereed zich te verdedigen, terwijl de jonge Sjibokvc hun zwaarden getrokken hadden en er met groote drukte mede zwaaic Enkele legden zelfs hun geweren op mij aan en knikten elkander toe alsof zij zeggen wilden: „Zóó zullen wij met hem doen." Ik zat op mijn veldstoeltje met mijn tweeloops geweer tusschen mijn knieën, en ik noodigde het stamhoofd uit óók te gaan zitten. Toen hij met zijn raadslieden tegenover mij op den grond zat, vroeg ik wat voor misdaad wij begaan hadden, dat hij op deze wijze en gewapend gekomen was. Hij antwoordde dat een van mijn mannen — Pitsane — dien morgen bij

Sluiten