Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vuur zittend, terwijl hij spuwde, een klein weinig speeksel op den voet van een zijner lieden had laten vallen, en dat de«e „beleediging" moest geboet worden met een man, een os of een geweer. Pitsane erkende dat het gebeurd was, echter niet met opzet, daar hij het dadelijk met de hand had afgeveegd, ja, dat hij zelfs even te voren nog den man een stuk vlecsch had gegeven om vrienden met hem te worden. Ik verklaarde nu dat wij liever allen zouden sterven dan een der onzen af te geven om er een slaaf van te laten maken; dat mijn mannen met even veel recht m ij konden geven als ik een van hen, daar wij allen vrije mannen waren. „Dan kunt ge het geweer geven waarmede de os werd doodgeschoten." Doch daar wij ook thans enkelen onder zijn volk hoorden opmerken dat wij „maar vijf geweren" hadden, weigerden wij ook dit. Als zij van plan waren ons uit te plunderen en wij hun een geweer gaven, dan zouden wij, door zulks te doen hen er nóg beter toe in staat stellen."

Livingstone's mannen drongen er echter op aan liever toch nog maar wat te geven, om er een eind aan te maken, en daarom gaf de zendeling een van zijn hemden. De jonge Sjibokwé waren daar echter niet mede te vreden en begonnen weer te schreeuwen en met hun zwaarden te zwaaien.

„Pitsane, die gevoelde dat h ij eigenlijk de oorzaak was van deze onaangename geschiedenis, vroeg mij of ik er nog wat bij wilde doen. Ik gaf nog een snoer kralen, doch dat was hun niet genoeg, en daarom deed ik er een groot formaat zakdoek bij. Hoe meer ik toegaf, hoe onredelijker zij werden in hun cischen. Bij elk nieuw aanzoek om meer, schreeuwde de gewapende troep en werd er om ons heen gehold met wapengezwaai. Een jonge man mikte van achteren naar mijn hoofd, doch ik wendde snel de tromp van mijn geweer naar zijn mond en hij trok zich terug. Ik wees het opperhoofd op hem en deze beval dat hij weg moest gaan. Zooveel mogelijk wilde ik bloedvergieten voorkomen, en hoewel ik overtuigd was dat ik met mijn M a k o 1 ó 1 o, goed gedrild als deze waren door wijlen Sebitoeane, wel tweemaal hun aantal, gewapend en wel, had kunnen verdrijven, trachtte ik toch in ieder geval een botsing te vermijden. Mijn mannen waren niet op het geval verdacht geweest doch hielden zich bijzonder kalm. Doordien het hoofd en zijn raadslieden in onze nabijheid waren gaan zitten, waren zij eenigszins in een val geloopen: mijn mannén toch omringden hen doodbedaard en lieten hun gevoelen dat zij aan hun speren niet zouden kunnen ontkomen."

Livingstone beproefde alle middelen om de Sj ibokwé tevreden te stellen en wees hen er op dat

Sluiten