Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet van plan was te vechten, doch dat hij met de zijnen in vrede door hun land wilde trekken. Zij moesten dus maar het eerst beginnen: er zou niet gevochten worden vóór en aleer van hun kant de eerste slag viel. De zendeling was zeer in spanning wat er gebeuren zou. Hij kon er veilig op rekenen dat hij, als blanke, het eerst geraakt zou worden, doch, daar hij vier geweerloopen klaar had liggen, hield hij zich zoo rustig mogelijk en nam hij de woeste bende eens kalmpjes op. Eindelijk zeiden de Sjibokwé dat zij met een os tevreden waren en, daar zijn mannen er op aandrongen, werd de os gegeven. Nu beloofde het opperhoofd meer voedsel te zenden. En ja waarlijk, tegen den avond zond Njambi een mandje meel en twee of drie pond vleesch — van hun eigen os — met de boodschap er bij dat hij geen vogels en maar weinig anders te geven had! Men schoot er om in een lach, en dat was misschien nog maar het beste! Tóch was de zendeling dankbaar gestemd dat het nog zóó was afgeloopen, daar het hem vreeselijk tegen de borst zou hebben gestuit bloed te moeten vergieten, — besloten als hij was, liever den dood in te gaan dan een van zijn mannen af te staan.

Was de reiziger in beweging, dan ging het nog al met de koorts, doch kwam hij tot rust, vooral op de Zondagen wanneer er dienst werd gehouden en er buiten de hoogste noodzakelijkheid niet gereisd werd, dan gevoelde hij zich dikwijls te ziek om zich buiten zijn tent te begeven. Zoo was het ook eens

Sluiten