Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of een olifantstand wilden hebben. Dit was dezen lieden niet kwalijk te nemen doch moest op rekening gesteld worden van den slavenhandel. De slavenkoopers die dikwijls van de genade of ongenade der stamhoofden afhingen, hadden om niet lastig gevallen te worden, hen aan deze wijze van afkoop gewend; de stamhoofden meenden dus in hun volle recht te zijn als zij schatting eischten voor het doortrekken van hun land. Ieder oogenblik kon men thans verwachten aangevallen te worden. Bij een zekere gelegenheid moest de zendeling, ziek van de koorts, weder trachten dit te voorkomen. Hij moest toen tevens den geheelen dag onderhandelen om wat voedsel. Eindelijk bracht hij het zóóver dat men een soort van vergelijk trof, doch den volgenden dag toen hij afgematter was dan ooit, begon het onverbiddelijk opperhoofd weder op nieuw met zijn eischen. „Het was — naar de zendeling zegt — een dag van gruwelijke kwelling voor mij." Hij gaf het hoofd een os, doch deze wilde nu weder een anderen hebben; en zóó ging het steeds voort! Zijn mannen hadden reeds vrij wel al hun versierselen moeten opofferen, en hij-zelf had, behalve de kralen, reeds zijn geheele voorraad hemden — blijkbaar een zeer gewild artikel — er bij ingeboet. Daarbij kwam nu nog dat zijn tochtgenooten thans zeer ontmoedigd begonnen te worden en voorstelden, zoo dicht al bij het Portugeesch gebied, liever maar weer naar huis terug te keeren. Doch Livingstone verklaarde dat, als zij dit deden, hij dan alléén verder zou gaan.

Sluiten