Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich de goederen, door den zendeling van Koeroeman voor Livingstone medegebracht, benevens een brief van Mevr. Moffat, naar Linjanti door te zenden, opdat de zendingsreiziger, indien hij ooit mocht terugkeeren, aldaar het noodige gerief zou vinden. Eerst weigerden de Makolólo beslist de goederen van de Matabili, hun gezworen vijanden, in ontvangst te nemen, omdat zij bang waren dat deze er toovermiddelen in hadden gedaan om hen in het verderf te storten. Doch de Matabili stapelden alles neer op den zuidelijken oever van de Z a m b é s i, zeggende: „Hier zijn de goederen; wij hebben ze thans voor u neergelegd en als er wat mede gebeurt, dan zal het uw schuld zijn," — en daarop vertrokken zij. De Makolólo waagden het nu toch maar, het goed van den overkant af te halen en brachten het, onder vreeze en beving, naar een eilandje midden in de rivier; zij bouwden er een hutje over heen, om het tegen het weder te beschermen en maakten toen dat zij wegkwamen. Hier vond Livingstone den voorraad, nadat hij er van Sept. 1854 tot Sept. 1855, dus een vol jaar, gelegen had. Dat hem de bezending, benevens de hartelijke brief van zijn schoonmoeder, zeer welkom was, is licht te begrijpen; hij gaf dan ook in een brief van 12 zijden, met verslag van zijn reis, aan zijn schoonvader, en in een van 16 zijden, waarin opgave van zijn verdere plannen, aan zijn schoonmoeder, lucht aan zijn blijdschap. Hij stelt hen, die zoo bezorgd voor hem waren geweest, in die brieven gerust met de aanhaling van zijn lievelingsteksten in dien

Sluiten