Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf tien slacht-ossen en drie van zijn beste rij-ossen en het noodige voedsel. Ook schonk hij Livingstone het recht om schatting te eischen van de stammen die tot zijn gebied behoorden. Er lagen verschillende wegen open in de richting naar het oosten. Hij koos den weg langs de Zambési, niettegenstaande dit de moeielijkste en gevaarlijkste weg was, om de verschillende vijandige stammen die hij langs zou moeten trekken. Als handelsweg in de toekomst leek hem deze route echter het geschikst toe. Wel ware de weg in de richting van het eiland Zanzibar de gemakkelijkte en veiligste geweest, daar zij langs vriendelijke stammen liep. Doch de reis langs de Zambési trok hem ook vooral daarom aan, omdat hij dan altijd in de nabijheid van water zou blijven. Hij kon echter niet vertrekken vóór en aleer het regenseizoen zou zijn aangebroken. Het was nog zóó heet, dat b.v. in de maand October de overdekte thermometer in de schaduw van den wagen over de 100" aanwees en buiten de schaduw tot over de 110° steeg; de nachten daarentegen waren zeer koud.

Toen nu de eerste regenbuien kwamen, vertrok hij den 3en November met zijn gezelschap, uitgeleid door Sekelétoe en omstreeks 200 man, diens gevolg. Het hoofd voorzag in alles en drong den zendeling zooveel ivoor op als hij maar mede kon nemen. Deze wilde echter voor zich-zelven niets aannemen. Wat hij medenam zou dienen tot aankoop van een suikermolen, die zijn zwarte vriend — nadat hij dien had hooren beschrijven — gaarne in bezit wilde hebben;

Sluiten