is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. David Livingstone

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Als men rechts van het eilandje in de kloof naar beneden kijkt, dan ziet men alleen een dichte, witte wolk, waarop zich — toen wij er waren — twee glinsterende regenbogen vertoonden. Uit deze wolk richtte zich een der groote dampkolommen, een ware stoomzuil, óp naar omhoog tot op een hoogte van twee, driehonderd voet. Daar werd de zuil dikker, nam de kleur van donkeren rook aan en viel dan vervolgens neer als een dichten regen, die ons dadelijk tot op den huid toe nat maakte. Deze regen valt vooral op de tegenovergestelde zijde van de kloof neder, en eenige ellen van den rand staat een groep van altijd groenende boomen, wier bladeren steeds vochtig zijn. Van de wortels van deze boomen spoeden zich een groot aantal kleine beekjes naar den afgrond terug, maar, terwijl zij langs den stcilen wand afvloeien, likt de opstijgende dampkolom ze weer schoon van de rots af en — wég stijgen ze weer naar omhoog! Zij jagen voortdurend naar beneden, doch bereiken nimmer den bodem.

Den volgenden dag, toen hij — nu met Sekelétoe — weer het eilandje vlak bij de vallen bezocht, deed hij verscheidene waarnemingen, legde er een tuintje aan waarin hij een honderdtal perziken- en abrikozenpitten zaaide en sneed daarna de voorletters van zijn naam met het jaartal 1855 in een boom: het was de eenige keer in zijn leven dat hij aan dat onschuldig soort ijdelheid toegaf. Nog op dien zelfden dag nam Sekelétoe afscheid en trok onze reiziger met 114 man het Ba tók a-gebied, thans onderworpen aan de Matabili, binnen: hier woonde een lage, laffe bevolking, die op verraderlijke sluipmanier veel aan „koppensnellen" deed. De landstreek was prachtig mooi, een waar paradijs en rijk voorzien van allerlei groot en klein wild dat niets schuw was, daar het nog nooit een geweerschot gehoord had. Men kreeg hier dus overvloed van vleesch te eten. Reeds lang had Livingstone vermoed dat er ergens in dit deel van Afrika, hetzij westelijk dan wel oostelijk, een structuur of bouw van heuvels en dalen moest zijn die zéér