Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontving, waarin hem werd medegedeeld — wél een groote teleurstelling voor hem! — dat zij te beperkt waren in hun middelen om verder zijn plannen te steunen, als staande deze in een te ver verwijderd verband met de verspreiding van het Evangelie; het Genootschap kon hem dus geen hoop geven op finantieelen onderstand, waar het arbeidsvelden betrof die onbekend, te ver verwijderd en te moeilijk te bereiken waren. Tóch besloot hij zijn vrienden, den Makolólo, getrouw te blijven. Ook keerde zijn oude liefde voor onafhankelijkheid, zoo sterk gevoeld vóór hij zich aan het Genootschap verbond, weder terug. Toen hij later met zijn directeuren uitvoerig over de zaak sprak, bleek het dat men zijn bedoeling niet goed begrepen had en zag men de belangrijkheid van zijn voorstellen, om nieuwe zendingswegen te openen, beter in. Later zullen wij zien hoe Livingstone in de beste verhouding scheidde van het Genootschap en voortaan zijn eigen weg ging in dienst van de Regeering.

Nadat hij zes weken in Kwilimane vertoefd had, kwam daar de oorlogsbrik de „Frolic" aan en deze bracht hem naar Mauritius, waar hij 12 Augustus 1856 aan wal stapte. Gedurende de vaart werd Sekwéboe, die hem als gids zoo trouw ter zijde had gestaan en die, hoe het hem ook was afgeraden, met alle geweld met zijn „vader" naar Engeland en MaRobert en den kleinen Robert wilde, eerst zeer melankoliek en vervolgens plotseling krankzinnig. Hij had vermoedelijk de vele nieuwe indrukken in

Sluiten