is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. David Livingstone

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er o. a. zeide toonen aan, hoe groot zijn belangstelling nog steeds was in deze zonen van den arbeid en hoeveel eerbied hij koesterde voor hun stand als zoodanig.

T ••

Ja, hij rekende het zich tot een geluk, naar hij hun zeide, dat hij zulk een Spartaansche leerschool op diezelfde fabriek te Blantyre had moeten doorloopen, daar dit werkelijk den grond gelegd had voor al het werk dat hij had verricht. Op armoede en zwaar werken werd dikwijls laag neergezien. Hij wist niet, waarom. Want bepaalde slechtheid was toch eigenlijk het éénige, dat men een inensch zou mogen verwijten. Zij die op katoenspinners laag en met verachting neerzagen, waren menschen die, als zij van den beginne aan zelve katoenspinners geweest waren, stellig katoenspinners zouden gebleven zijn tot aan hun einde toe. De grootste meerderheid van het menschelijk geslacht heeft een leven van zwaren arbeid door te maken, - en arm zijn is geen schande! Ook de Heiland leefde in den nederigen stand, waarin zij waren geboren, en ook hij, Livingstone, kon — naar hij zeide — op zijn eigen vroeger leven terug zien als doorgebracht in denzelfden stand als die, waarin de Heiland leefde.

Wij moeten er op wijzen dat Livingstone wel voor geld las of sprak, doch nooit ten eigen bate. Werd hem geld aangeboden, dan besteedde hij dit steeds tot goede doeleinden. Zoo schonk hij b.v. de dertig guinjes, die hij kreeg voor een lezing, gehouden voor de leden van het A thenaeum, aan de katoenspinners te Blantyre, om er een koffiekamer voor in te richten, opdat daar de mannen, vrouwen en kinderen