Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn Heer en Meester op de handen werd gelegd: het openen van het binnenland van Afrika voor Christendom en handel door middel van onderzoekingsen ontdekkingstochten. Te meer ook, daar het Genootschap er wezenlijk schade door zou kunnen lijden, als hij zich niet liet ontslaan, wijl er onder zijn leden waren die meenden dat het niet 't recht had om op deze wijze zending te drijven. Het lag voor de hand dat hij door zijn ontslag-aanvrage bij zeer velen den indruk verwekte, dat de zendeling wel degelijk in den reiziger was ondergegaan. En dit was toch niet geheel het geval, zooals uit het verdere verloop van zijn leven zal blijken. De zaak was alleen dat Livingstone het in strijd met zijn eerlijkheidsgevoel achtte, het loon van een zendeling-in-dienst te ontvangen, terwijl hij zich voor een groot deel met wetenschappelijke onderzoekingen enz. zou hebben bezig te houden. Reeds te Kwiliman e had hij het uitgesproken dat, als het Gods wil was, hij zijn verder leven zou wijden aan ontdekkingstochten en de vestiging van zendings- en handelsstations, zoo noodzakelijk voor de openlegging van Binnen-Afrika. Doch, naar het scheen, wilden toen de directeuren daarop niet ingaan. Thans was dit wél het geval, doch hij-zelf meende, nu hij er verlof toe had gekregen, er geen gevolg aan te moeten geven, daar er van een anderen kant, afgescheiden van het Genootschap — waarvan hij, zooals wij reeds zeiden, in de grootste overeenstemming scheidde en waarmede hij steeds vriendschappelijke

Sluiten