Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Livingstone gaarne zou hebben bevrijd, als hij slechts had kunnen voorkomen dat zij niet weder opnieuw in de handen van slavenhandelaars zouden vallen.

Het ging nu, bóven de Murchison-vallen, verder de Sjiré langs, en kort vóór den middag van den 16'u September 1859 werd het Nyassa-meer gevonden. I.ater vernam Livingstone dat een ondernemend D u i t s c h e r, zekere D'. Roscher, — die, helaas, bij het doen van zijn onderzoekingen in den omtrek van de rivier de Rovoema vermoord werd — kort vóór zijn dood óók het Nyassa-meer bereikt had, doch eerst den 19, K November, dus een maand later ongeveer. Het was hier aan het meer een waar brandpunt van den slavenhandel. De hooiden der Manganja verkochten hun eigen onderdanen, hoewel zij er zich blijkbaar eenigszins voor schaamden en er zich voor zochten te verontschuldigen. Het heette dat zij alleen diegenen verkochten, die wat op hun kerfstok hadden. Er was weinig ivoor in de streek, en van daar de groote verzoeking om in menschenvleesch handel te gaan drijven ter verkrijging van allerlei uitheemsche artikelen. De Ajawastam die de slaven opkocht, bood katoen, vaatwerk, messing ringen en soms knappe jonge vrouwen aan en voerde dan 's nachts heimelijk diegenen weg, die een hoofdman van de Manganj a-stammen hun aangewezen had. Een man was vier el, een vrouw drie el en een jongen of meisje twee el katoen waard en hun bestemming was naar Mozambike of

Sluiten