Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kwilimane. Menschen-diefstal kwam veel voor onder lieden van één en denzelfden stam. Er ontstonden vaak daardoor veeten, die aanleiding gaven tot het verdrijven van een zwakker deel; dit ging dan aan het ronddwalen en verloor daardoor alle zedelijkheidsgevoel, zoodat het eindelijk, zondereenig gewetensbezwaar, van plundering en van het rooven van inlanders, ja zelfs van eigen stamgenooten, leefde. In zulk een toestand verkeerde een deel van den Ajawa-stam, toen men voor het eerst er mede in aanraking kwam.

Slechts korten tijd bleef men aan het meer, daar het geraden was om geen verkeerde denkbeelden op te wekken bij stammen die gewend waren, alleen met slavenhandelaars in aanraking te komen. Het reisgezelschap wilde zich zoo spoedig mogelijk weer verwijderen, opdat de bevolking werkelijk gevoelen zou dat zij geen gevaarlijke maar tot vriendschappelijkheid geneigde menschen waren. Een deel der reizigers was bij het vaartuig gebleven, en ware door hen eenige onvoorzichtigheid begaan, dan zou de goede roep die van de expeditie uitging, wég zijn geweest. Gelukkig was dit niet het geval. Hier, bij het Nyassa-meer, kwam Livingstone het eerst op de gedachte hoeveel goeds een kleine stoomboot op het meer zou kunnen uitrichten. Aan de oevers er van werden slaven, eenig ivoor, malachiet en koperen sieraden verhandeld. Als het ivoor met een stoomboot tot aan de Murchison-vallen kon worden vervoerd, waar het een 35 a 40 mijl over land zou

Sluiten