Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dragelijker te maken. ') Te Linjanti vond Livingstone zijn wagen en andere zaken, die hij in 1853 daar had achtergelaten, dus ruim zeven jaar geleden, in goede orde terug, ofschoon het weder en de witte mieren aan een en ander nog al schade hadden berokkend. De reizigers werden overal zeer vriendelijk door de inlanders ontvangen, en deze toonden op allerlei wijzen hun vertrouwen en aanhankelijkheid. Het volk was zeer teleurgesteld dat mevr. Livingstone en de kinderen niet waren medegekomen. Sekelétoe was bijzonder in zijn schik over de geschenken die men voor hem en de zijnen had medegebracht, maar het speet hem geducht dat men de suikermolen, die nog te Tette stond, niet had kunnen vervoeren en dat dit tot aan de Watervallen slechts door een flinke stoomboot kon geschieden, doch dan onmogelijk verder. Hij vroeg met groote naïveteit of niet een kanon de Victoria-Watervallen zou kunnen wegblazen, zoodat daardoor de boot in de gelegenheid zou komen, tot naar Sesjéke door te varen!

Aangezien, zooals wij weten, door Livingstone een andere stoomboot op de Kongóne verwacht werd, welke daar in November 1861 zou kunnen wezen, was het dezen niet mogelijk langer dan een maand in Sesjéke te vertoeven. Hij had er reeds weder verscheidene malen gepreekt en zoo veel mogelijk

i) Tóch zou Sekelétoe later aan diezelfde ziekte sterven. Toen Livingstone in 1864 te Newstad Abbey aan zijn boek de Zamhési en haar vertakkingen bezig was, waarin zijn terugtocht naar de M a k o 1 ó 1 o zeer uitvoerig behandeld wordt, vernam hij dat Sekelétoe gestorven was.

Sluiten