Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlot te maken. Op de Sjiré bleek de beloofde hulp der Portugeesche Regeering van geen beteekenis en bleven de Portugeesche slavenhandelaars, hen op den voet schier volgend en zich voor hun „kinderen" uitgevend, den slavenhandel met den grootst mogelijken ijver behartigen. Inlandsche hoofden organiseerden slavenjachten, het land verwoestende, voor zich uitdrijvend de rustige en vreedzame bewoners, hun dorpen verbrandend en oppakkend aan volk wat zij maar konden, mannen, vrouwen, kinderen, om ze als slaven aan de handelaars te verkoopen. De tegenstelling tusschen hetgeen thans van die streek was geworden en hetgeen hij op zijn vorige reis gezien had, was schreeuwend en schril. Al wat hij zich toen voor goeds in de toekomst had voorgesteld, verdween in nevelen. Hoe zou er ooit Christendom of handel kunnen bloeien in streken, die ten prooi waren aan zulke geweldenarijen?

In de Zambési en haar vertakkingen beschrijft Livingstone, na een slavengang en de vreeselijk ruwe behandeling der arme wezens geschetst te hebben, hoe hij met Bisschop Mackenzie er toe kwam eenige troepen slaven te bevrijden en de aanvoerders, meestal zelve gewezen slaven in dienst van Portugeesche kolonisten, te verjagen. Zij waren met de hunnen op de rivier de Sjiré genaderd tot in het gebied van Sjibisa en hielden halt bij een dorp, toen daar een slavengang, of een rij grootendeels aan elkander verbonden slaven, met hun drijvers langs kwam. De drijvers sloegen op de vlucht, toen

Sluiten