Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzaakten de omstandigheden later den anderen gedragslijn te volgen, welke echter zeer ernstige gevolgen had voor deze zending. Livingstone nam te Magoméro afscheid van Bisschop Mackenzie en de zijnen en keerde met zijn makkers naar de achter geblevenen in het vaartuig op de Sjiré terug. Den 6on Augustus 1861 verliet hij de boot weder en begaf hij zich, vergezeld van zijn broeder, Dr. Kirk, een blanken matroos en 20 inlandsche mannen, die voor het grootste deel langs den oever medetrokken, in een vierriemssloep naar het Nyassa-meer. Aan de Murchisons-watervallen gekomen, werd de sloep door de dragers daarlangs gedragen en den 23in Sept. zeilde men op de hoogte van Kaap Maclear — zoo genoemd naar Livingstone's grooten vriend, den sterrekundige Maclear, aan de Kaap de Goede Hoop — het N y a s s a-meer in. Het meer werd nu zoo goed mogelijk onderzocht. De bevolking, sterk toegenomen bij vroeger vergeleken, was vriendelijk doch niet zeer aantrekkelijk. In het noorden van het meer had men blijkbaar nog geen besef van rechtmatig eigendom en op een goeden nacht werden de reizigers door zeer handige en slimme dieven van een groot deel van hun goederen ontlast, — de eerste maal dat dit in Livingstone's leven in Afrika voorviel. Alleen het katoen hadden de dieven niet mede kunnen nemen, daar dit den reizigers tot hoofdkussen diende. Het waren stellig geen dorpelingen uit de buurt, doch lieden die hen al tijden lang gevolgd hadden om bij een goede gelegenheid hun slag te

Sluiten