Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kere Bisschop en de Heer Burrup beiden dood waren. Een ander bericht aangaande hen die nog in leven waren, wekte nieuwe zorgen en angsten; hopende nog bijstand te kunnen verleenen, bleef Dr. Ramsay bij de dames en de Makolólo achter en trokken kapitein Wilson en Dr. Kirk de heuvels op. Onderweg troffen zij werkelijk eenige leden van de zending aan. Doch ook kapitein Wilson kreeg hevige koortsen. Het eenige wat men doen kon, was dat allen — drie weken nadat men Sjoepanga verlaten had — zoo spoedig mogelijk weer naar den „Pioneer" terugkeerden, nu vergezeld van twee vrouwen in diepen rouw gedompeld, waarvan de eene gehoopt had door een lieven broeder, de andere door een beminden echtgenoot te worden verwelkomd. Ook Livingstone leed sterk onder de ramp, omdat hij mede zich eenigszins verantwoordelijk gevoelde voor deze zending, en hij voorzag dat dit ontzettend ongeval veel kwaad zou doen aan het werk der zending, juist nu het zulk een grooten steun behoefde. „Dit zal ons allen schade doen," sprak hij, terwijl hij met de hand onder het hoofd aan de tafel in de flauw verlichte hut van den „Pioneer" zat. Zijn oordeel over den Bisschop was over het geheel zeer gunstig, al was hij het niet met diens inzichten en diens manier van zending-drijven eens. Wij kunnen slechts zeer in het kort mededeelen, wat er eigenlijk gebeurd was, daar wij anders te breedvoerig zouden worden. Het schijnt dat Bisschop Mackenzie, vergezeld van den zendeling Burrup en een troepje Makolólo, opeen expeditie

Sluiten