Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleenlijk: vrijen toegang tot de hooglanden langs Zambési en Sjiré, te bewerken door een overeenkomst met Portugal. En in dien koers stuurde dan ook het Ministerie van Buitenlandsche Zaken, dat ook aan Livingstone-zelven aanbiedingen deed voor Abyssinië en Egypte, doch met de bijvoeging dat hij geen salaris en geen recht op pensioen zou krijgen: dus niets meer dan een eerepost. Over deze bijvoeging was hij zeer verontwaardigd. Hij voor zich wilde wel werken, zooals voorheen, zonder veel hoop op ruime aardsche belooning, daar hij genoeg had aan zijn „dagelijksch brood." Doch hij meende, dat het niet zeer edelmoedig was om misbruik te willen maken van zijn welbekende belangstelling in Afrika en hem een loon te onthouden, dat zelfs de meest onbeteekenende van H. M.'s dienaren genoot. Naar pensioen had hij zelfs nooit gevraagd en hij vond het daarom beleedigend, dat men deed alsof hij zijn begeerte daarnaar te kennen had gegeven.

Toen hij den 21™ Mei 1865 in Schotland kwam, vond hij zijn moeder sterk achteruitgaande. Zij was nu 82 jaar en zou het vermoedelijk wel niet lang meer maken. Zij werd steeds zwakker en zwakker, en eigenaardig was het, dat zij zich in haar gedachten zooveel met haar kleinzoon Robert bezig hield. Zij dacht maar geregeld dat het haar zoon en Davids broeder was en vroeg herhaaldelijk. „Waar is uw broeder? Waar is die arme jongen?" Toen zij, tegen verwachting, weer wat opleefde, ging Livingstone naar Oxford, omdat hij daar spreken moest. Daar

Sluiten