Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deels van de Regeering, deels van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap, om het reeds boven genoemde plan ten uitvoer te brengen en, naast zijn zendingswerk, de waterscheidingen van dat deel van Afrika te onderzoeken, waarin het Tanganjikameer zich bevond. De Regeering en het Genootschap droegen elk niet meer dan 500 Pond bij, daar men meende dat de reis niet lang zou behoeven te duren. Het Genootschap voegde er nog eenige bindende bepalingen aan toe, die Livingstone noodeloos en lastig toeschenen en die wel eenige stoornis in zijn goede verhouding tot dat Genootschap veroorzaakte. Voorts kreeg hij als een soort eeretitel van de Regeering den naam van Consul met onbepaalde volmacht; hij nam dezen titel aan, omdat het hem meer gezag en invloed onder de stammen zou kunnen geven. Wij weten reeds dat er aan dien titel geen salaris en geen pensioen verbonden waren. Ware Livingstone niet Livingstone geweest, hij, de beroemde man, zou op zulke voorwaarden niet naar Afrika zijn teruggekeerd. Het bedrag dat hij ontvangen zou, was niet geheel voldoende om de kosten der onderneming goed te maken en tevens de zijnen in Engeland te onderhouden. Zoo hem niet nog allerlei beloften waren gedaan, die later echter nooit vervuld werden, dan zou hij stellig omstreeks dezen tijd zijn familie niet hebben verlaten. Doch hierop vertrouwende, ging hij eerst naar P a r ij s met zijn dochter Agnes, die hij daar achterliet om haar opvoeding te voltooien. Over M a r s e i 11 e vertrok hij nu verder langs Egypte en de Rood e zee naar Bom-

Sluiten