Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neergeschoten of doorstoken, waarschijnlijk omdat zij niet meer voort konden met den troep en hun liefelijke eigenaars niet wilden, door ze levend achter te laten, dat zij het eigendom werden van anderen. Soms werden de gevangenen nog in de slavenstokken, óf van honger omgekomen óf nagenoeg dood aangetroffen. Het bleek dat de slavenhandel de stammen geheel had gedemoraliseerd; de Arabieren kochten alles op wat maar gegrepen en gevangen was en het uitgestrekte woud in de streek begunstigde het menschen-stelen zeer. En wat eigenaardig was, in andere opzichten was het volk bijzonder eerlijk. Toen men bij het Nyassa-meer kwam, werden de slavengangen iets zeer gewoons. Den 8on Augustus 1866 bereikte men het meer, dat Livingstone als een oude bekende voorkwam, dien hij nooit verwacht had terug te zien. Hij dankte God, nam een bad in de frissche, golvende wateren en gevoelde zich bijzonder opgewekt. Jammer was het, dat er voor geld noch goede woorden voedsel te verkrijgen was aan het meer; wild was er óók al niet te schieten, alleen tortelduiven en eenige andere vogels. Livingstone werd dan ook — naar hij zegt — als een der magere koeien, waarvan koning Pharao droomde. Het land om het meer was schoon en goed, doch geheel ontvolkt door de sla venmakerij. Verderop, aan een ander gedeelte van het meer, werd het weer wat beter. Hij was van plan het meer over te steken naar het noorden of noordwesten, doch dit ging niet, daar alle dhows in handen der slavenhandelaars waren

Sluiten