Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Steward eindigden met geloof aan zijn verhaal te slaan. In Engeland werd echter twijfel geopperd ten opzichte van dit doodsbericht; vooral door Edward D. Young, die Moesa als een aartsleugenaar kende, en ook door den Heer Horace Waller, vroeger reeds genoemd. Ook Sir Roderick Murchison twijfelde aan de waarheid van het verhaal, niettegenstaande véél er vóór scheen te pleiten. Het ongeluk werd zeer bejammerd en de nieuwsbladen waren vol van bespiegelingen over Livingstone's dood, ofschoon er ook verscheidene onder waren die er niet aan geloofden. Het Genootschap besloot een onderzoekingsexpeditie uit te zenden onder leiding van Young, voorzien van een stalen boot, de „Search" of „Zoeker" genaamd. Deze expeditie kwam tot voorbij de M u r c h ison's-vallen en hoorde aan het zuider-einde van het Ny as sa-meer een man vertellen, dat hij Livingstone daar gezien had — de beschrijving van zijn persoon kwam zeer goed uit — en dat deze niet naar het noorden was overgestoken, maar zuidwaarts langs het meer was getrokken. Ook het stamhoofd Marenga, bij wien de reiziger eenigen tijd vertoefd had, en ook Wikatani dien zij vonden, konden mededeelen dat hij niet vermoord was en dat Moesa alles gelogen had. Young keerde dus met de zijnen terug en bereikte einde 1867 met deze verblijdende tijding Engeland's kusten.

Livingstone wist van dit alles niets en kon natuurlijk niet denken dat Moesa hem zulk een streek gespeeld had. Toen dit zich aldus afspeelde, bevond hij zich opweg naar het Tanganj i ka-meer. Ofschoon

Sluiten