Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet vermoord, was hij er toch naar genoeg aan toe : hij en de zijnen stierven bijna van den honger. Hij moest zich voeden met Afrikaansche mais, die niet gaar te krijgen was en daarom maar geroosterd werd, een voedsel, dat geheel niet paste voor zijn gestel. Hoewel het niet zijn gewoonte was om te droomen in zijn slaap, droomde hij thans herhaalde malen van heerlijke maaltijden welke hij eens gegeten had, een verschijnsel dat zich bij hem meer had voorgedaan in dergelijke omstandigheden en een teekeii, dat hij zich ziek en ellendig gevoelde. Het jaar 1866 was niet voorspoedig voor hem geweest. Steeds werd hij echter bemoedigd en gedragen door zijn geloof in God, die uitkomst zou geven en Zijn oog op hem gevestigd hield. Schoon en waar zegt hij:

„Het blijkt een verkeerde opvatting te zijn als men meent dat de goddelijke Majesteit omhoog te verheven is om eenige kennis te nemen van onze gewone beslommeringen. De groote geesten onder de menschen kenmerken zich door de belangstelling, die zij betoonen in kleinigheden. Een sterrekundige kan niet groot zijn, als zijn geest niet een oneindig aantal zeer kleine dingen kan opletten, die ieder op zich zelf, als hij ze niet gadeslaat, zijn werk in de war zouden kunnen brengen. Een groot generaal let op de geringste détails van zijn leger. De brieven van den Hertog van Wellington toonen zijn aanhoudende oplettendheid voor zeer kleine bijzonderheden. En zoo is het ook met den grootsten Geest van het heelal, zooals Hij ons is geopenbaard in Zijn Zoon. „De haren uws hoofds zijn alle geteld." „Een musch kan niet ter aarde vallen zonder den wil uws Vaders." „Hij die woont in het licht dat niemand naderen kan" daalt neer om in de geringste van onze behoeften te voorzien, ons leidend, wakende over ons en ons ieder uur, ieder oogenblik bijstaande met een bezorgdheid, grenzenloozer en voortreffelijker, dan onze eigen zelfzucht, ook de grootste, voor ons zou kunnen koesteren. Wetende dat Zijn eeuwig liefdes-oog op mij gericht blijft, mag ik zeker en gewis mijn roeping volgen en naar de heidenen vóór mij uitgaan om hun de boodschap van vrede en welbehagen te brengen. Allen onder hen geven toe, dat het beleedigend is voor onzen gemeenschappelijken Vader, Zijn kinderen te verkoopen of te dooden. Daarom wil ik verder trekken, en moge de Almachtige mij helpen, getrouw te zijn in mijn werk!"

Sluiten