Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

suiker had hij sinds lang niet meer, en toen hij eens tot een maaltijd uitgenoodigd werd bij een Arabisch koopman en hij vermicelli, olie en honig voor zich zag in plaats van het koren van het land dat hij niet verteeren kon, was hij den koning te rijk af. In 1868 ontdekte hij werkelijk het reusachtige Bembaof eigenlijk genoemde Bangweólo-meer. Daar hij weer wat gezonder was en hij ook wat meer mondkost in deze streken vond, besloot hij zijn reis naar O ej ij i, waarop zijn mannen gerekend hadden, nog wat uit te stellen, en eerst — zeer tegen den raad van Mohamad, een Arabischen handelaar en thans zijn reismakker, — het meer te gaan onderzoeken, waarvan hij zooveel gehoord had. Het gevolg was een oproer onder zijn mannen die, met uitzondering van vijf, weigerden met hem te gaan. Door verkeer met den Arabischen slavenhandelaar en diens slaven was zijn volk zeer gedemoraliseerd geworden. Livingstone nam het nog al niet zeer ernstig op, want in den grond van zijn hart kon hij hun niet geheel en al ongelijk geven, daar het niet te verwonderen was dat zij meer dan genoeg hadden van die voetreizen, waaraan maar geen eind scheen te komen: hij zelf verlangde ook zeer naar het eind, doch — zijn plicht I Hij oogste later de vrucht van zijn zachte gezindheid jegens zijn volk in, want toen hij van het meer terugkeerde met de vijf overgeblevenen — er blijkt weder zijn onverzettelijkheid uit, om tóch te volharden ! — kwamen de mannen tot hem terug en boden hem weer hun diensten aan. Hij was altijd geneigd,

Sluiten