Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

Stanley's komst in uitersten nood.

Na in Oejiji, waar zich hoofdzakelijk het schuim der Arabische slavenhandelaars ophield, eenige weken te hebben uitgerust, vertrok Livingstone weder den 12en Juli 1869 om het Manj oeéma-land te onderzoeken. Hij had wel 42 brieven te gelijk naar de kust verzonden, in de flauwe hoop dat misschien wel een ervan daar zou aankomen; later is echter gebleken dat alle verstrooid en verloren zijn geraakt. Dit was Livingstone's ongeluk in deze periode van zijn leven, dat hij afhankelijk was van menschen als de slavenhandelaars, die niet alleen schurken van de eerste soort, maar hem natuurlijk ook vijandig gezind waren, en die bijzondere redenen hadden om hem te bedriegen, te bestelen en zooveel mogelijk hinderpalen in den weg te leggen. Hij wilde, na rijpelijk overleg, naar Manj oeé ma-land gaan om de Loea 1 a b a-rivier nader te onderzoeken en de richting er van te bepalen. Dat zou het vraagstuk van de waterscheiding vermoedelijk oplossen en, als hij gidsen en

Sluiten