Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kanoe's kon krijgen, dan zou zijn werk in een maand vier, vijf hiermede zijn afgeloopen. Wel was hij nog zeer zwak en zijn aangetaste longen lieten hem niet toe dat hij zich heuvel-ópwaarts bewoog, zoodat hij zich nog al eens moest laten dragen; doch de reis deed hem goed en maakte dat hij langzamerhand wat flinker werd, wat misschien ook kwam, doordien het land en het volk hem beter beviel dan de stammen aan het meer. Den 21on September kwam hij in Manjoeéma te Bambarré, het dorp van het stamhoofd Moenékoos aan, waar de bevolking zeer bijgeloovig was en zelfs houten afgodsbeelden had — tot nog toe door hem nergens elders aangetroffen. Ook waren de lieden hier heimelijk kannibalen of menscheneters; voor de Arabische handelaars, die van zelf het gebruik van menschenvleesch afschuwelijk vonden, schaamden zij zich hiervoor uit te komen. De vrouwen echter schenen het nimmer te eten. De trek naar menschenvleesch was misschien ontstaan door het eten van den soko of gorilla-aap, in groote menigte in die streek gevonden. Het land was er bijzonder schoon en de bodem zeer vruchtbaar en de bevolking dicht. De menschen, verslaafd aan een soort palmwijn, waren niet zeer vriendelijk voor den reiziger en lastig nieuwsgierig, vooral de vrouwen; hij kon weinig invloed op hen uitoefenen. Zij dachten dat hij en zijn volk dezelfde soort lieden waren als de Arabische slavenhandelaars, en daarom wilden zij niets voor hem doen. Het was hem niet mogelijk een kanoe te krijgen om, toen hij aan de

David Livingstone 20

Sluiten