Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Loealaba gekomen was, deze te bevaren; hij moest dus wel weder van de rivier terugkeeren naar B a mbarré, dat hij den 19*»Dec. 1869 weer bereikte. Tóch wilde hij het niet opgeven! Aan den Sultan van Zanzibar had hij verzocht den Consul — zooals wij weten 1>. Kirk — toe te staan vertrouwbare mannen op te zenden naar O ej ij i. Als zij waren aangekomen, dan wilde hij met deze mannen en voorzien van een nieuwen goederenvoorraad, de onderaardsche steengewelven gaan bezichtigen die zich, volgens het gerucht, evenals vele kopermijnen, in de buurt van K a t a n g a bevonden. Daarop zou hij de vermoedelijke N ij 1-bronnen trachten op te sporen en dan, als het kon, naar huis! „Ik heb nog een ernstige en lange taak vóór mij," schreef hij aan Sir Thomas Maclear. Doch het werd voortdurend al minder en minder met zijn gezondheid en hij was thans zwakker dan hij ooit te voren geweest was; ook was hij op het oogenblik armer aan goederen dan hij ooit gedacht had te worden en de moeilijkheden waren veel grooter dan hij ooit te voren ondervonden had. En tóch besluit hij, al zou het hem ook het leven kosten, zijn werk af te maken „door in zuidelijke richting al de bronnen om te trekken." Naarmate de moeilijkheden zich ophoopten, naar die mate scheen de bezieling voor de taak die hij op zich genomen had, zelfs nog grooter te worden.

In Febr. van het jaar 1871 hoorde hij voor het eerst met groote dankbaarheid van Youngs zoekexpeditie naar Sjiré en Ny as sa-meer; hij was zeer getroffen door dit blijk van hartelijkheid en belang-

Sluiten