Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling. Thans ging hij meer noordwaarts, doch had met de zijnen veel van de vochtigheid te lijden, zoodat hij zelfs cholerische aandoeningen kreeg. De nattigheid van bodem en lucht werd nu zelfs zóó overweldigend binnen het verloop van de maand, dat het schier ónmogelijk was verder te reizen; op den 7tn Febr. was hij dan ook gedwongen een soort van winterkwartier op te slaan, waarin hij tot den 26on Juni moest vertoeven. Het grootste gedeelte van zijn volk was reeds weggeloopen. Slechts met drie zijner mannen, Soesi, Sjoema en Gardner, richtte hij nu zijn schreden naar het noord-westen, om weder de Loealaba te bezoeken. Treft hij onder weg Arabische handelaars aan, dan wordt hij, trots den firman of aanbevelingsbrief van den Sultan, verdacht en gehaat, omdat zij weten dat hij hun wandaden veroordeelt. Vreeselijk waren de moeilijkheden die hij nu op zijn weg ontmoette; gevallen boomen en overstroomd land, gezwollen rivieren en slagregens maakten het marcheeren tot een geregelde worsteling tegen de natuurmachten. Voor het eerst weigerden zijn voeten hun dienst; overal braken er weder diep invretende zweren uit, die maar niet genezen wilden. En daar hij slechts drie helpers had, moest hij wel zoo goed en zoo kwaad het ging naar Bambarré terugstrompelen; hij kwam hier in het midden van Juli weder aan. En hier had hij thans een volle tachtig dagen in zijn hut te blijven, liefst tot den 10™ October, geduld oefenend, gemarteld door de slechtheid om zich heen waaraan hij niets vermocht

Sluiten