Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te veranderen, inlichtingen trachtende in te winnen van de inboorlingen, zinnend en nadenkend er over waar de N ijl bronnen eigenlijk wel zouden liggen, beproevend het volk van nut te zijn, luisterend naar de jachtverhalen op de soko's of gorilla's en, het laatste niet het minst, zijn Bijbel lezende. Hij verliet Mambar ré niet vóór 16 Febr. 1871. Door hetgeen hij zag en hoorde, vestigde zich meer en meer bij hem de overtuiging dat hij zich hier werkelijk te midden van de bronnen van den N ij 1 bevond, hoewel hij er nog niet geheel zeker van was. Later, na zijn dood, zou door anderen worden aangetoond dat de Nijl-bronnen niet daar lagen, waar hij ze vermoedde, niet in Manjoeéma-land, doch in een ander deel van Afrika. Wat hij op allerlei gebied aan kennis vergaderde op deze reis en hij in zijn laatste dagboek aanteekende, was echter zóó gewichtig dat zijn tocht alleen daardoor reeds van het hoogste belang is gebleken.

Sedert de laatste drie jaar van zijn leven had hij sterke voorgevoelens er van, dat hij vallen zou als offer van hetgeen hij zijn plicht achtte, doch thans, nu hij het einde zijner moeilijkheden nabij meende, verdwenen die sombere voorgevoelens van een spoedigen dood, en bad hij God dat, als hij soms zou terugkeeren, het dan mocht zijn voor goed naar zijn geboorteland, naar huis. Men moet zich er over verbazen hoe hij er den moed nog in hield. Waarschijnlijk heeft nooit eenig sterveling in omstandigheden verkeerd, als die waarin Livingstone zich thans bevond. Jaren waren

Sluiten