Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de beschrijving die hij er van in zijn laatste dagboek geeft. Nooit komt dit afschuwelijke tooneel hem dan ook later geheel uit de gedachte: het bleef hem zijn verdere leven steeds bij. De berichten die hij er van opzond naar huis, wekten groote verontwaardiging en waren aanleiding dat er een koninklijke Commissie benoemd werd, om den Afrikaanschen slavenhandel eens flink onder de oogen te zien en plannen en maatregelen te beramen, om er voor goed een eind aan te maken.

Na dit alles moest hij zijn voornemen wel opgeven, en het beste was naar Oejiji terug te keeren. Eenen-twintig maanden, berekend van af den tijd dat zij in dienst waren genomen, waren de hem toegezonden slaven reeds gevoed en gekleed. En dat vrij wel voor niets, zonder éénig resultaat! En nu had hij nog 45 dagen terug te reizen, een reis gelijkstaande met een 600 mijlen afstands! Hij was ziek van dat alles geworden ; zulk een overspanning zou hem reeds op zich zelve de koorts bezorgd hebben, doch er kwam nog bij dat hij weder verbloedingen kreeg in de ingewanden.

De Arabieren, die den schandelijken onverhoedschen aanval op de rustige marktbezoekers gepleegd hadden, werden later op hün beurt door een inlandsch stamhoofd overvallen en 200 van hen gedood. Ware Livingstone mét hen getrokken, zooals eerst zijn plan was, dan zou ook hij waarschijnlijk gevallen zijn. Zóó zag hij ook nu weder dat zelfs deze teleurstelling iets goeds voor hem ten gevolge had. Het was een lastige terugtocht naar Oejiji. Want ook hij werd onder de Arabische roovers gerekend en elk

Sluiten