Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestiering Gods noemen. Nóch Stanley nóch de Heer Bennet Jr. die hem uitzond, stelden eenig pe r so o n 1 ij k belang in Livingstone. Zij werden niet door vriendschap of menschenliefde tot die daad gebracht, maar zuiver en alleenlijk in het belang van hun dagblad: om n.1. den lezers eens iets nieuws en interessants te geven. Toen Stanley, die niet wist dat Livingstone zich in Oejiji bevond, op een paar honderd meters afstands van die plaats was aangekomen, werd hij door een grooten hoop volks omringd. En Livingstone, die natuurlijk niet vermoedde dat er zóó dicht hulp nabij was, zag op dien morgen Soesi naar zich toehollen, roepende: „Een Engelschman, een Engelschman! Ik zie hem aankomen!" En — wég was deze weer, den aankomende te gemoet. De Amerikaansche vlag aan het hoofd van de karavaan gaf de nationaliteit van den vreemdeling aan. De kisten en balen, een tinnen badkuip, groote ketels en potten, tenten, enz. wekten bij Livingstone de gedachte op: „Dat moet een reiziger van weelde zijn en niet een, die zóó op zijn nadagen is als ik!" De dokter kón het maar niet gelooven dat er hulp daagde en raakte geheel van streek. De groote Arabische magnaten verzamelden zich vóór Livingstone's huis en deze trad nu op de veranda, om met hen de zaak nader te bespreken en de komst van den Amerikaan af te wachten. Stanley zegt:

„Mijn hart klopte hevig, doch ik mocht op mijn gelaat niet laten zien hoe bewogen ik was, daar dit te kort zou hebben gedaan - voor het oog der Arabieren — aan de waardigheid van een blanke, die onder zulke buitengewone omstandigheden verscheen. Zoo deed ik wat ik het passendst achtte: ik drong naar voren en stapte door een levende laan van menschen, totdat ik vóór den halven kring van Arabieren kwam,

Sluiten