Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor welken een blanke man met een grijzen baard stond. Toen ik langzaam op hem toekwam, zag ik dat hij er bleek en vermoeid uitzag, een grijzen baard had, een blauwe pet droeg met een gouden band er om, een rood mouwvest aan ha l en een broek van grijs linnen. Ik had wel op hem willen toevliegen doch, in de tegenwoordigheid van zóóveel volk voelde ik mij er te laf toe; — ik had hem willen omhelzen, maar daar hij een Engelschinan was, wist ik niet hoe hij dit zou opnemen. ')Zoo deed ik wat lafheid en valsche trots mij als het beste ingaf; ik stapte bedaard naar hem toe, nam mijn hoed af en zeide: „Dr. Livingstone, naar ik onderstel?" — „Ja," zeide hij met een vriendelijken lach, zijn pet eventjes oplichtende. Ik zette mijn hoed weer op en hij zijn pet en beiden grepen wij naar elkanders handen, en toen zeide ik overluid: „Ik dank God, dokter, dat het mij is toegestaan u te zien." Hij antwoordde: „Ik voel mij dankbaar gestemd dat ik hier ben, om u te kunnen verwelkomen."

Wat hadden zij elkander al niet te vertellen, vooral Livingstone! Stanley zat hem maar aan te kijken, eerst luisterend met een half oor: alles getuigde van verstand en schranderheid en kennis in dezen man, met wien hij zoo verlangd had in aanraking te komen, sinds de heer Bennet J'. de zoon van den eigenaar van den „New-York Herald," hem gezegd had: „Neem vrij wat gij er toe noodig hebt, ontzie geen geld, doch vind Livingstone, 't zij dood of levend." Stanley zegt dat het voor hem een luisteren was en tegelijk een lezen in dat oprechte gelaat.

„Zijn lippen gaven mij de détails, lippen die nooit liegen Ik kan niet oververtellen al wat hij gezegd heeft; ik was te vol van yemoed om mijn notitieboek te nemen en zelfs te beginnen met zijn mededeelingen te stenografeeren. Hij had zóóveel te verhalen dat hij bij het einde begon, blijkbaar het feit vergetende dat er een vijf of zes jaar aan vooraf waren gegaan. Doch zijn verhaal kwam als het ware druppelsgewijze te voorschijn; het groeide langzamerhand aan tot groote afmetingen — tot de wondervolste geschiedenis van d a d e n."

») Stanley zinspeelt hier op een verhaal van twee Engelschen, die elkander in I n d i e zeer goed gekend hadden en elkaar later in de Arabische woest ij n voorbij moeten. Zij weten niet of zij elkander zullen aanspreken of niet. Daar zij elkaar eigenlijk niets te zeggen hebben, gaan zij elkander eenvoudig voorbij zonder een woord te spreken, slechts met een armbeweging een saluut aan de pet makend. Echt E n g e 1 s c h !

Sluiten