Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen, totdat hij eindelijk eens „finis" of „einde" onder zijn werk zal kunnen zetten. Zijn lach was zóó aanstekelijk dat, als hij er mede begon, men wel moest medelachen; het was een lach van den geheelen man, van het hoofd tot de voeten. Het viel Stanley op, welk een sterk geheugen hij had. Jaren lang had hij in 'Afrika doorgebracht, vrij wel verstoken van boeken, en tóch kon hij nog gansche gedichten van Byron, Tennyson, Longfellow en anderen uit het geheugen opzeggen. Zijn godsdiejnst was meer van praktischen aard dan theoretisch en kenmerkte zich door iets kalms en rustigs; maar het was een kalmte vol bedrijvigheid en een rustigheid, die geregeld aan den gang was. Zijn godsvr uch t bepaalde zijn gedrag niet alleen ten opzichte van hen die in zijn dienst waren, maar ook jegens de inboorlingen, de dweepzuchtige Mohammedanen, ja jegens allen die met hem in aanraking kwamen. Eiken Zondagmorgen — zegt Stanley — verzamelde hij zijn kleine kudde om zich heen en las hij gebeden en een hoofdstuk uit den Bijbel, op een natuurlijken affektloozen en tóch ernstigen toon, en daarop sprak hij een kort woord in de K i s a w a h i 1 i-taal over het voorgelezene, naar hetwelk altijd met groote belangstellingen met zeer veel oplettendheid geluisterd werd. Wat zijn persoon betreft, beschrijft Stanley hem — hoewel hij ongeveer zestig" jaar oud was — als iemand die de vijftig nog niet voorbij is. Zijn haar was nog bruin, doch hier en daar bezijden het voorhoofd met enkele grijze lokken. Zijn baard en knevel waren sterk vergrijsd. Zijn

Sluiten