Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichtbruine oogen schitterden levendig en hij had den scherpen blik van een havik. Zijn tanden alleen wezen op ouderdom en achteruitgang; de harde kost — geroosterd inlandsch koren — had er heel wat openingen in gemaakt. Hij was iets boven de gewone maat en eenigszins gebogen van schouders. Hij stapte met vasten, doch matten tred, als iemand die overwerkt of vermoeid is. Hij was gewoon een marinepet met halfcirkelvormige klep van voren, te dragen; hiermede werd hij door geheel Afrika aangeduid. Zijn kleeren droegen de sporen van gelapt te zijn, maar alles was zeer zindelijk gehouden.

Aldus beschrijft Stanley den man, dien hij gezocht en gevonden had, en met wien hij thans voor een poos samenreisde. Voor een poos, want Livingstone wilde niet met Stanley naar huis gaan, hoe deze er ook op aandrong en hoe zeer hij ook verlangde naar zijn familie — hij had vernomen dat zijn zoon Thomas onlangs een ongeluk had gekregen — en hoe noodig het ook was, dat hij weer eens geheel op krachten kwam. Livingstone hield zich mede aan hetgeen zijn dochter Agnes hem geschreven had: „Ofschoon ik gaarne had dat gij thuis komt, tóch heb ik liever dat gij eerst uw werk tot uw eigen voldoening afmaakt, dan dat gij louter en alleen terugkeert om mij pleizier te doen." „Flink en nobel gezegd, mijn lieve Nannie," voegt hij in zijn laatste dagboek hieraan toe, „ijdelheid fluistert vrij hard: zij is een spaander van het oude blok. Mijn zegen ruste op haar en al de anderen!"

Sluiten