Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij kwamen na overeen om beiden naar Oenjanjembé te gaan, waar Livingstone blijven zou, terwijl Stanley zich naar de kust zou haasten om daar een nieuwe expeditie van 50 of 60 vertrouwde mannen uit te rusten en hem deze op te zenden. Hiermede zou Livingstone dan naar het B a n g w e ó 1 o-meer en de vermoedelijke N ij 1-bronnen trekkenen vervolgens naar de Roea-rivier, gaan, waarop alsdan zijn werk af zou zijn en hij in vrede naar huis zou kunnen terugkeeren. Den 27en Dec. had het vertrek naar Oenjanjembé plaats, hetwelk zij eerst den 18on Febr. 1872 bereikten. Weder werd er een ramp toegevoegd aan al wat Livingstone reeds was overkomen: zijn goederenvoorraad was schandelijk uitgeplunderd en bovendien het slot, waarmede Stanley's voorraadschuurtje was afgesloten, verbroken en ook diens kisten voor een groot deel geledigd. Gelukkig had Stanley nog genoeg om Livingstone weer op nieuw van allerlei te kunnen voorzien. Deze schreef nu een paar brieven voor Stanley aan den Heer Bennet J\, den zoon van den eigenaar van het Amerikaansche blad, om dezen zijn dank te betuigen. Die brieven moesten tevens als bewijs dienen dat Stanley eerlijk zijn taak volbracht had. Ook schreef hij nog aan zijn kinderen en anderen, in het geheel 29 brieven. Eindelijk brak de dag aan, waarop de verslaggever en de reiziger te Oenjanjembé van elkander zouden scheiden, de een om naar de kust te gaan en daarop naar Europa, verlangend om verslag uit te brengen „hoe hij Livingstone gevonden had," de ander om, na

Sluiten