Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeer ver gevorderd was, werden regen, natte mist, gezwollen stroomen en moerassige vlakten iets, dat dagelijks voorkwam. Aan het einde des jaars naderden zij de rivier de Sjambézé, — natuurlijk niet te verwarren met de Zambési. In de tweede week van Januari 1873 kwamen zij bij het Bangweólomeer en Neptunus' overheersching werd van dag tot dag gevoeliger. Het werd een voortdurende strijd tegen vocht in allerlei gedaanten en vormen: zóó aanhoudend was de regen, dat het scheen alsof er niets anders bestond dan regen in deze waterscheiding. De weg voerde door over het land stroomende of zwaar gezwollen rivieren, die alleen van het ondergeloopen land langs de oevers te herkennen waren aan de sneller strooming. Livingstone moest op den rug van een zijner mannen, met de beenen over diens schouders, gedragen worden. Ook de sponsachtige bodem in en buiten het water was haast niet te begaan. De bewoners van die streek waren gemeenlijk zeer onvriendelijk tegen de reizigers; daar zij zelve niet veel hadden, weigerden zij van het hunne te verkoopen en trachtten zij het gezelschap, waar zij konden, van den goeden weg af te brengen. Knagende honger kwelde Livingstone en zijn makkers schier voortdurend, daar zij op laatst zoo wat niets meer te eten hadden; zij moesten zoo goed en zoo kwaad het ging van wortels en vruchten leven. Eens werd bovendien de dokter op een nacht door een grooten hoop verwoede mieren van een gevaarlijk soort aangevallen, die hem, der wanhoop

Sluiten