Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dokter dat hij wat kokend water wilde hebben. Dit was spoedig in een koperen keteltje bij de hand. Toen vroeg hij om het medicijnkistje en verzocht hem de kaars dichtbij te houden, daar hij nagenoeg niet meer zien kon. Met groote moeite nam de dokter een deel calomel, dat naast hem moest worden nedergelegd. Daarop verzocht hij Soesa een weinig water in een kopje te schenken en er een leeg kopje bij te plaatsen. Vervolgens zeide hij met zeer zwakke stem: „Goed zool Nu kunt ge weer naar buiten gaan." Dat waren de laatste woorden die Livingstone op aarde voor anderen hoorbaar uitsprak.

Het moet omstreeks vier uur in den morgen geweest zijn, toen Soesi andermaal Maiwara's stem vernam. „Soesi, kom gauw, — de meester! — ik ben zoo bang, — ik weet niet of hij nog leeft of al dood is!" Soesi wekte onmiddellijk Sjoema en nog drie anderen, en met hun zessen gingen zij dadelijk de hut in. Toen zij binnenkwamen was hun eerste blik naar het bed in den hoek. Hun meester lag niet óp het bed, doch er vóór geknield, schijnbaar bezig met bidden, en onwillekeurig trokken zij zich een oogenblik terug. Doch Maiwara zeide, op den geknielde wijzend: „Toen ik hier lag, was hij in dezelfde houding als nu, en omdat hij zich heelemaal niet meer beweegt, ben ik bang dat hij dood is." Zij vroegen den jongen hoe lang hij geslapen had. Maiwara zeide dat hij dit niet kon zeggen, maar dat het nog al een aardig poosje moest geweest zijn. De mannen traden nu wat dichter bij. Een waskaars, die op een kan-

Sluiten