is toegevoegd aan uw favorieten.

Wat kan en moet de winkelier van het warenhuis leeren?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

TERWIJL in Frankrijk de groote detailzaken, tegenwoordig algemeen bekend onder den naam van W a r e n h u i z e n, reeds meer dan 50 jaren bestaan, zijn zij in Duitschland nauwelijks 20 jaren oud en nog is de totaalomzet der Duitsche warenhuizen betrekkelijk gering in vergelijk met die der overige winkels. Wanneer dus de warenhuizen in den korten tijd van hun bestaan en bij hun betrekkelijk kleinen omzet zooveel opzien verwekt hebben, als zij inderdaad deden, moet dit aan bizondere omstandigheden liggen. De hoofdoorzaak van dat opzien zoowel bij het groote publiek als in de handelswereld, is de nieuwheid in den

vorm van exploitatie en bedrijf.

De groote verscheidenheid van artikelen stempelt een gewonen bazar nog niet tot warenhuis. Maar gewichtiger en vooral oorspronkelijker is de organisatie.

In het warenhuis is de detailhandel tot een systeem gebracht, dat alle voorvallen der zaak registreert en vooruitziet. Daarom moet ook elk modern denkend winkelier zich met het warenhuis bezig houden, zelfs al voelt hij de concurrentie niet. Bij de bespreking van de organisatie van een modern warenhuis, dat zaken drijft in een daartoe speciaal gebouwd huis, komen de volgende factoren in aanmerking:

In de eerste plaats is het gebouw op zich zelf te beschouwen. Daarna komt het uitwendige en de inrichting van het gebouw. In de derde plaats moet de inkoop der artikelen besproken worden, die een der voornaamste punten inneemt. Ten vierde volgt de verkoop en in verband daarmee het kassysteem en de goederen-controle.

Niet minder opmerkzaamheid verdient de expeditie der verkochte goederen.

Ten slotte volgt dan de kantoorarbeid, die o.a. het verkeer met de leveranciers regelt.

In aansluiting hiermee zijn nog te vermelden de organisatie van het personeel, het verkeer van het publiek in het gebouw en de inrichtingen ten behoeve daarvan.