Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE GOEDERENINKOOP.

Ieder inkooper heeft in een groot warenhuis een bediende tot zijn hulp, die hem den meer werktuigelijken arbeid uit de hand neemt, het gedetailleerd opgeven van bestellingen, het nummeren der stukken, het opschrijven van den voorraad enz. De inkooper heeft dus zijn tijd disponibel voor de gewichtigere offerten. Bovendien is hierdoor de zaak niet al te zeer op den inkooper zelven aangewezen, daar langzamerhand de bediende zich meer en meer de vaardigheid eigen maakt en den inkooper zal kunnen vervangen. Een van de gewichtigste punten in de organisatie van het warenhuis is het nauwkeurige vaststellen van de bedragen, disponibel voor den inkoop.

In het eerste jaar van zijn bestaan kan het warenhuis hierin slechts naar schatting te werk gaan, door verkoopsommen aan te nemen en daarnaar den inkooplimite vast te stellen. Is evenwel een jaar achter den rug, dan is het inkoopbedrag met meer zekerheid te bepalen, daar zich de omstandigheden gewoonlijk niet veel wijzigen in verband met de stijging van den omzet, die wellicht met het tweede jaar aanvangt en meestal regelmatig voortgaat. Het warenhuis neemt evenwel van een stijging van den omzet geen nota, maar stelt ter beschikking van den inkooper het bedrag van den omzet over het vorige jaar onder aftrek van het bruto winst-percentage. Van dit bedrag wordt dan nog eens 20 °/0 afgetrokken voor bizondere gevallen. Het resteerende wordt in tweeën verdeeld, waarvan het eene deel direct ter beschikking van den inkooper staat, terwijl hij over de rest eerst den 15en van de maand kan disponeeren.

Deze inkoopsom hangt verder nog af van den voorraad, zoodat alnaar dat de verkoop meer of minder gunstig was, het oorspronkelijk bepaalde inkoopbedrag vermeerderd of verminderd kan worden.

Heeft b. v. een afdeeling in Mei van het afgeloopen jaar

Sluiten