Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen van verschillende administrateurs en van beambten, die allen aandeel in de winst hebben.

Na den dood van Aristide Boucicaut stelde madame Boucicaut een millioen francs disponibel voor een „Caisse de retraite een pensioenfonds ten bate van het personeel. Deze gift werd eenige maanden later nog verhoogd met vier millioen francs ook uit haar privévermogen. Ieder heeft na twintigjarigen diensttijd recht op volle pensioen; de vrouwelijke employes op 45-jarigen, de mannelijke op 50-jarigen leeftijd. Het pensioenfonds bestaat uit de schenking van 5 millioen van de weduwe Boucicaut, uit vrijwillige bijdragen van vroegere administrateurs, van aandeelhouders en uit jaarlijksche stortingen van den Bon Marché zelf. . .

In het jaar 1892 werd door de administrateurs en de aandeelhouders van den Bon Marché een derde fonds opgericht, de „Caisse des ouvriers et ouvrières", ten bate van alle tegen dag- of weekloon werkende arbeiders en arbeidsters. De gelden voor dit fonds worden ook uit de winsten der zaak bijeengebracht en aangewend tot ondersteuning en pensioneering der rechthebbenden. Een levenslang pensioen ontvangen alleen degenen, die 15 jaren in de zaak werkzaam zijn geweest. Het kapitaal van dit werkliedenfonds bedroeg in het laatste boekjaar frs. 759721,50.

Madame Boucicaut vermaakte bij haar dood haar getieeie vermogen aan het personeel van den Bon Marche en aan verschillende weldadigheidsinrichtingen. Elk der employes ontving na haar dood, ieder naar zijn rang e" (stanf' ene" som in contanten uitgekeerd, van frs. 1000, tot frs. 10000.

Sluiten