Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen menschelijke rechten, die men allen burgers zonder onderscheid deelachtig wilde doen worden, niet rechtens en natuurlijkerwijze ook het deel der vrouw moesten zijn. Haar vroege dood in het jaar 1797 bespaarde haar de teleurstelling van het te moeten aanzien, dat de vrouwen, die in Frankrijk bij het geweldige drama, dat daar werd afgespeeld, zeker niet tot de bijpersonen hadden behoord, toen na jaren van strijd en gisting de groote beginselen der Revolutie bestendigd schenen en men de uitkomst van den strijd bezag, de verkregen winst berekende, — tot de slotsom moesten komen, dat zij, de vrouwen, de gelijkheid voor wet en zede, dat recht op individueele politieke vrijheid, dat zij den mannen zoo moedig, zoo offervaardig hadden helpen bevechten, nog even weinig deelachtig waren geworden als vroeger.

Dat het recht van verdienste grooter is dan het recht van geboorte, dat der burgerij invloed toekomt op de wetgeving, waarnaar zij wordt geregeerd: algemeen wordt dit thans als blijvende vrucht der Revolutiedenkbeelden erkend; maar de vrouw wordt nog altijd gemeten, niet naar de mate harer verdienste, maar naar de mate van het feit harer geboorte als vrouw, is onderworpen aan wetten in wier samenstelling zij niet wordt gekend. In het algemeen, in Frankrijk zoo goed als elders, is de vrouw gedurende de eerste decenniën der 19de eeuw zich die achterstelling nauwe-

Sluiten