Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELIZABETH F R Y.

1780—1845.

One, I beheld, a wife, a inother, go

To gloomy scenes of wickedness and woe;

She sought her way through al! things vile and base

And made a prison a religious place;

Fighting her way, — the way that angels fight, —

With powers of darkness to let in the light.

Yet she is tender, delicate and nice.

And shrinks from all depravity and vice;

Shrinks from the ruffian gaze, the savage glooro,

That reign where guilt and misery find a home.

Yet all she braved; she kept her steadfast eye

On the dear cause and passed the baseness by.

So would a mother clasp her darling child

Close to her breast with tainted rags defiled.

G. Crabbs.

Elizabeth Gurney, derde dochter van John Gurney, een welgesteld bankier, werd in Mei 1780 op haars vaders landgoed Earlham, in het graafschap Norfolk, geboren. Hare ouders behoorden beiden tot het Genootschap der Kwakers, maar volgden slechts van verre den bij de leden daarvan gebruikelijken strengen leefregel. De dochters uit hun talrijk gezin, (zij hadden 12 kinderen) allen zeer begaafd, levendig van aard en om hare schoonheid gezocht, genoten dan ook eene in haren kring ongewone mate van vrijheid van beweging,

Sluiten