Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij zich als onopgemerkt kon onttrekken aan de gezellige samenkomsten, waarin zij vroeger placht te deelen en waar men haar noode miste. Haar vader en broeders, niet minder dan hare zusters, waren overigens allen geneigd haar op den door haar ingeslagen weg te volgen en tot den einde bleef zij met hen allen in eene innige betrekking. In den engeren Kwakerkring begon men groote verwachtingen van haar te koesteren. Eigenlijke bedienaren des Woords kent men daar niet; als men er samenkomt, is het om zwijgend af te wachten of het iemand zal worden gegeven om te spreken. Schijnt iemand, — onverschillig of het man of vrouw is, — in dit opzicht bijzonder bevoorrecht, dan wordt die ook wel afgevaardigd om elders de leden te gaan stichten; en ofschoon Elizabeth toen nog veel te terug getrokken en te schuw was om zich uit te spreken, werd toch reeds meermalen door oudere leden de voorspelling gewaagd, dat zij eens een brandend licht in de gemeente zoude worden.

Tot dezen kring van strenge Kwakers behoorde ook Joseph Fry, die in het jaar 1800 aanzoek deed om hare hand, welke zij hem zonder veel aarzeling reikte. „Mijn gevoel voor Joseph is rustig en liefelijk", teekende zij in haar dagboek aan. „Zijne brieven bevallen mij „zeer. Ik voel mij thans zoo weldadig gestemd naar „lichaam en geest. Er is geen wolkje in mij. Wat is „het heerlijk zich naar ziel en lichaam beide zoo vol-

Sluiten