Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„welijk om te worden beschreven, zoodat wij het ook „niet oorbaar achtten jonge meisjes in dezen arbeid te „doen deelen." Het ergst was het volslagen gebrek aan kleeding, dekking en gelegenheid tot afzondering, waardoor Mrs. Fry zelfs eens met wijd uitgespreid kleed zich moest plaatsen voor eene vrouw, die juist was bevallen, als eenig middel om de naaktheid der ongelukkige te bedekken voor het oog van den onverwachts binnentredenden directeur der gevangenis. Zij zelve en de dames, die haar hielpen in de school, meenden dat toch iets ter handhaving van orde en welvoeglijkheid moest worden gedaan, en dat het best zoude kunnen geschieden door middel van werkverschaffing en onderricht. Dat het gevangenisbestuur de zaak ondoenlijk achtte, schrikte haar niet af; zij wisten zoo goed, hoe de vrouwen wenschten deel te nemen aan het onderricht in de school en verlangden naar bezigheid. „Als wij „niets te doen hebben, moeten wij wel kwaad doen," klaagden zij zeiven.

Voor Mrs. Fry was het, naar uit haar dagboek blijkt, een zwaar kruis, dat zij deze zaak niet in alle stilte kon ondernemen, dat zij daarover telkens te rade moest gaan met de over deze dingen gestelde machten, rekening houden met de tallooze raadgevingen van goede vrienden en wederleggen, telkens op nieuw, de tegenwerpingen geopperd door zwaartillenden, die verzekerden, dat wat zij wilde eene onmogelijkheid was, reeds

1

Sluiten