Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de jaren 1825 en 1826 bracht een handelscrisis ook voor haar angstige verwachtingen. Vele handelshuizen staakten hunne betalingen en sleepten andere mede in hunnen val. „Om mij heen stormt het," schreef zij in haar dagboek. „Tot nog toe niet binnen onzen

„kring, maar toch vlak er om heen Gevoel van

„eerlijkheid en recht kan jongenlieden niet diep genoeg „worden ingeprent en vooral eene groote nauwgezetheid in geldzaken." De oude zaak der familie Fry hield het nog; maar in 1828 wikkelde het failliet, wel niet van zijn eigen handelshuis, maar van eene firma, waarin hij compagnon was, Joseph Fry in moeilijkheden, die hij nimmer weder geheel te boven is gekomen, al bleef tot aller groote dankbaarheid de oude goede naam van zijne eigene zaak ongerept. „Nu is „de storm ook over ons gekomen," teekende Mrs. Fry in haar dagboek aan, „en dompelt ons in duisternis

„en beproeving Ik ben in diepe benauwdheid van

„geest, niet zoozeer om ons zeiven als om wat anderen

„er door zullen lijden Heer, waarom kondt Gij

„dit toelaten? Ik kan er niet over redeneeren,

„enkel maar mij buigen, diep buigen en zeggen in „mijn hart: Niet wat ik wil, maar wat Gij wilt." Aan een afwezig kind schreef zij: „Ik wil mijn leed niet „al te zeer voor u uitgieten; maar ik wil u toch niet „onkundig laten, hoe het eigenlijk met ons is gesteld. „Ik geloof, dat deze beproeving eene der ergste is, die

Sluiten