Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ditmaal gold haar bezoek enkel Parijs; maar het volgend jaar reeds, in 1839, keerde zij naar Frankrijk terug en reisde over Parijs en Lyon naar Nimes. Die reis door Zuid-Frankrijk gaf haar groot genot. „Het is „hier het mooiste land, dat ik ooit heb gezien", schreef zij haren kinderen, „Lyon aan de Rhöne en aan de Saöne „is prachtig gelegen en de weg van Lyon naar Avignon „is verrukkelijk: met sneeuw bedekte bergtoppen aan den „gezichteinder; een volmaakte plantengroei, want lentebloemen en zomerbloemen staan tegelijk in vollen .bloesem; het koren in de aar; het gras rijp om te „worden gehooid; seringen, rozen, acacia's, jasmijn, .alles door elkander. Het is volle zomer en toch nog „al het frissche van de lente. De olijvenboomen worden afgewisseld door wijngaarden en moerbezie„plantages, alles even frisch. De oude gebouwen te „Avignon, de ruines aan de oevers van de Rhöne, „de prachtige overblijfselen van den Romeinschen „aqueduct, dien zij Pont du Gard noemen, zijn niette „beschrijven." In scherpe tegenstelling daarmede was haar bezoek aan Toulon, waar zij met ontzetting en medelijden tot in alle bijzonderheden kennis nam van het leven der galeislaven. Vandaar ging het naar Zwitserland , waar het gevangeniswezen haars inziens zoo goed mogelijk was ingericht, en verder over Lausanne, Bern en Zürich naar Engeland terug, nadat zij overal waar zij kwam, samenkomsten had belegd in haar hotel en

Sluiten