Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige beschaving zich op hare plaats kon gevoelen. En met de verpleging in de gezinnen was het niet beter gesteld. De welbekende teekening, die Charles Dickens in zijn Martin Chuzzlewitt ons geeft van Sarah Gamp en Betsy Prig, is naar het leven geschetst; waarbij ook weder wel in het oog moet worden gehouden, dat men toen nog niet beschikte over den tegenwoordigen rijkdom van hulpmiddelen om den patiënt rein en de ziekenkamer bewoonbaar te houden; en, zelf nog niet zoo fijn gevoelig op het punt van reinheid en hygiene als wij het thans zijn geworden, ook niet zoo hooge eischen stelde aan de verpleegster, wier hulp men inriep, als men in eigen kring niemand bereid vond om de verzorging van den lijder uit liefde op zich te nemen. Maar de gasthuisverpleegster stond nog ver beneden de particuliere verpleegster, die hare clientèle toch altijd eenigszins had te ontzien; en op de bezoeken, die Florence Nightingale bracht, eerst aan de voornaamste Londensche gasthuizen, daarna aan de ziekenhuizen te Edinburg en te Dublin, vond zij overal hetzelfde: het personeel ruw, onwetend, hardvochtig, verslaafd aan den drank, overgegeven aan schaamtelooze zedeloosheid: de ziekenzalen vervuild, door en door besmet met de kiemen van allerlei hospitaalziekten. Wie er binnen kwam met een gebroken been werd maar al te vaak binnen weinige dagen ten grave gesleept door kwaadaardige infectie-ziekten; de kraamvrouwen-

Sluiten