Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was in 1833 begonnen met ééne zuster en een paar wanhopige ontslagen vrouwelijke gevangenen, die hij in het tuinhuis zijner pastorie onderbracht. Toen Florence Nightingale er in 1849 aankwam, telde zijne inrichting reeds 190 diaconessen en 62 proefzusters; van deze allen waren er 80 op verschillende plaatsen in Duitschland werkzaam, 5 in Londen, 3 in Constantinopel, 5 te Jerusalem, 2 te Smyrna en er was eene bloeiende afdeeling opgericht te Pittsburg in de Vereenigde Staten. Het complex der gebouwen bestond uit een ziekenhuis, een weeshuis, eene kinderbewaarplaats en eene opleidingsschool. Florence Nightingale gevoelde er zich dadelijk op haar plaats. „Nooit heb „ik inniger liefde aangetroffen en zuiverder, belang„loozer toewijding dan daar," schreef zij nog jaren later. De diaconessen waren toen nog allen eenvoudige boerenmeisjes; maar Florence wist zich bij haar bemind te maken door allen arbeid, ook den zwaarsten, met haar te deelen, door haar costuum te dragen en door zich te voegen naar hare huisvesting en hare voeding, als had zij nooit de verfijnde levenswijze in haar ouderlijk huis gekend; vooral ook door vloeiend Duitsch met haar te spreken, wat men in haar, de Engelsche, voor een wonder van geleerdheid aanzag. Steeds was zij op post als het eene bijzonder moeilijke verpleging gold. Hoewel gasthuisverpleging haar hoofddoel was, stelde zij belang in al pastor Fliedner's

Sluiten