Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„nog niet eens altijd op Weet gij het wel, moeders,

„dat in ons beschaafde Engeland op iedere zeven zuige„lingen er één sterft in het eerste levensjaar? Dat in „Londen van iedere vijf kinderen twee sterven eer zij „vijf jaar oud zijn? Is al dat lijden vóór den tijd noodig?

„Of onvermijdelijk? De kunst om gezond te zijn,

„om gezond te houden, die moest iedere moeder, ieder „meisje, iedere werkgeefster, iedere onderwijzeres, in „één woord iedere vrouw verstaan. Maar men denkt, „dat 't wel van zelf komt, bij instinct, net als bij de „vogels. En toch op de vrouw rust de zorg voor de „nationale gezondheid in zooverre als die afhankelijk „is van het gezin. Zij moet de wetten van het leven „kennen, de wetten van gezondheid; en de eigenlijke „verpleegsters moeten de wetten der ziekte kennen, de „oorzaken van ziekte, de kenteekenen van ziekte, wel „te onderscheiden van de kenteekenen van slechte verzorging Gods wetten, — de levenswetten, —

„zijn altijd voorwaardelijk, altijd onverbiddelijk. Maar „noch moeders, noch onderwijzeressen, noch kindermeisjes worden practisch onderlegd in de kennis der „wetten, die God heeft ingesteld ter regeling van de „verhouding tusschen ons lichaam en de wereld, waarin „Hij ons heeft geplaatst. Met andere woorden: wij onderhoeken die wetten niet, wij leven die wetten niet na; en „deze wetten zijn het toch, die het lichaam, waarin „God onzen geest besloten heeft, tot een gezond of tot

Sluiten