Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

219

De Act on the Contagious Diseases, zooals de officieele titel luidde, die in Augustus 1869 door het Parlement was aangenomen, was de vierde wet ter regeling dezer zaak, die binnen den tijd van vijf jaren aan de orde was gesteld. Deze laatste wet bedoelde de uitbreiding over het geheele Rijk van wat oorspronkelijk enkel ten behoeve van het leger was gedacht, namelijk de verplichte inschrijving van wege de politie en de gedwongen periodieke keuring van vrouwen. Reeds in 1860, bij het opkomen der overleggingen daartoe, was uitdrukkelijk daartegen geprotesteerd door niemand minder dan Florence Nightingale, die het leger en den soldaat zoo wel kende; en niet minder uitdrukkelijk door lord Fitz-Clarence, destijds opperbevelhebber van het leger in Engelsch-Indië, die verklaarde, „dat politiemaatregelen van dezen aard niet ten uitvoer konden wor„den gelegd zonder de zekere verlaging en verdrukking „van tal van onschuldige vrouwen met zich te sleepen en „zonder ander kwaad in de hand te werken, dat nog veel „erger was dan het kwaad, dat men wilde voorkomen." ') Maar noch de afkeuring van hooggeplaatste militairen, noch het protest van geneesheeren van naam, noch de dringende waarschuwingen uit het buitenland, waar men zeide reeds bij ondervinding te weten, dat de wettelijke regeling eener zaak, die in zich zelf verkeerd is, slechts

i) Josephine Butler. Personal Reminiscences of a great Crusade. pag. 7.

Sluiten